Gratificatie en toelagen

Hoofdstuk 3. Gratificatie Artikel 12

Bij bijzondere prestaties kan een gratificatie worden toegekend. Hoofdstuk 4. Inconveniëntentoelage

Artikel 13 [Vervallen per 07-11-1997] Artikel 14
1. Aan de ambtenaar wordt een operationele toelage toegekend.

2. De operationele toelage wordt berekend per periode van vier weken over uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 en op zaterdag en zondag en bedraagt € 3,82 voor elk uur waarop de ambtenaar werkelijke dienst verricht dan wel werkelijke dienst zou hebben verricht indien de ambtenaar niet binnen een tijdvak van vier dagen direct daaraan voorafgaande door het bevoegd gezag tot dienstverrichting op andere tijdstippen geroepen was.

3. Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van dienst op zaterdag en zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van dienst op de Nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd.

4. De operationele toelage wordt in gevallen van zwangerschap en ziekte van de ambtenaar gesteld op het bedrag dat de ambtenaar in de drie perioden van vier weken, onmiddellijk voorafgaande aan de periode van vier weken waarin de ziekte is aangevangen, gemiddeld aan toelage op grond van dit artikel heeft genoten.

Artikel 15
1. Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten toedoen van de ambtenaar beëindigen of verminderen van de operationele toelage, bedoeld in artikel 14 een blijvende verlaging ondergaat die tenminste 3% bedraagt van het salaris, wordt een aflopende toelage toegekend, mits de ambtenaar eerstbedoelde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van deze beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

2. In afwijking van het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het buiten toedoen van de ambtenaar beëindigen of verminderen van de operationele toelage, bedoeld in artikel 14, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, mits de ambtenaar eerstbedoelde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van deze beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste tien jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

3. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en onmiddellijk vóór de aanvang van die toelage gedurende tenminste tien jaren zonder onderbreking de operationele toelage, bedoeld in artikel 14 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het tweede lid.

4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

5. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en geen deelnemer is zoals bedoeld in artikel B.3, tweede lid, van het AFUP-opbouwreglement dan wel geen ambtenaar is als bedoeld in de eerste volzin van artikel 88, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt in het tweede en derde lid van dit artikel in plaats van «55 jaar» telkens gelezen: 60 jaar. 6. Onze Minister stelt nadere regels vast over de berekeningswijze van de toelage.

Hoofdstuk 5. Overige toelagen Artikel 16
1. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van zeer goede of uitstekende vervulling van de functie kan voor de duur van een jaar een toelage worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt.

2. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van zeer goede of uitstekende vervulling van de functie en daartoe op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat, kan een toelage voor een langere duur dan een jaar worden toegekend.

3. De toelage bedraagt voor de ambtenaar a. ingedeeld in schaal 1 tot en met 9 van bijlage I van dit besluit: ten hoogste 6% van het voor de ambtenaar geldende maximumsalaris; b. ingedeeld in schaal 10, 11, 12 of 13 van bijlage I van dit besluit: ten hoogste 9% van het voor de ambtenaar geldende maximumsalaris; c. ingedeeld in schaal 14 of 15 van bijlage I van dit besluit: ten hoogste 12% van het voor de ambtenaar geldende maximumsalaris; d. ingedeeld in schaal 16, 17 of 18 van bijlage I van dit besluit: ten hoogste 15% van het voor de ambtenaar geldende maximumsalaris.

Artikel 16a [Vervallen per 22-12-2001] Artikel 17
1. Aan de ambtenaar die bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent die bij toepassing van artikel 6, tweede lid, zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, kan voor de duur van die waarneming een toelage worden toegekend. Onder waarneming wordt verstaan het krachtens een daartoe strekkende aanwijzing van het bevoegd gezag tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van de ambtenaar zelf.

2. De toelage wordt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, slechts toegekend wanneer de waarneming een tijdvak van ten minste dertig dagen heeft geduurd.

3. Bij volledige waarneming van de functie, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat de ambtenaar zou genieten, wanneer de salarisschaal met het hogere maximumsalaris met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen, voor hem zou hebben gegolden. Onder volledige waarneming wordt verstaan een zodanige waarneming dat in plaats van de eigen functie het volledige samenstel van werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend.

4. Voor de toepassing van het derde lid wordt onder salaris mede verstaan de toelagen, bedoeld in de artikelen 14, 15, 18 en 20.

5. Bij niet volledige waarneming wordt de toelage, afhankelijk van de mate van onvolledigheid van de waarneming, vastgesteld op 50% of 75% van de toelage bij volledige waarneming.

6. De ambtenaar voor wie het een onderdeel is van de eigen functie om als plaatsvervanger op te treden van degene wiens functie moet worden waargenomen, komt bij niet volledige waarneming van die functie niet in aanmerking voor een toelage.

Artikel 17a
1. Indien het salaris behorend bij een volledige werktijd minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de artikelen 7, 8 en 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt deze een toelage toegekend ten bedrage van het verschil.

2. Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking, wordt de toelage als bedoeld in het eerste lid naar evenredigheid vastgesteld.

Artikel 17b
1. Aan de ambtenaar die ingevolge artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie is gedetacheerd en een functie uitoefent waaraan op grond van artikel 6, tweede lid, een hogere salarisschaal is verbonden dan de voor de ambtenaar voordien geldende salarisschaal, wordt gedurende maximaal vier jaren een toelage toegekend. De toelage bedraagt het verschil tussen het salaris dat de gedetacheerde ambtenaar geniet en het salaris dat hij zou genieten, indien de in de eerste volzin bedoelde hogere salarisschaal zou hebben gegolden.

2. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend met ingang van de dag waarop de detachering is begonnen.

Artikel 18
1. Aan de ambtenaar aan wie consignatie wordt opgelegd, wordt, behoudens het derde lid, een toelage toegekend. Onder consignatie wordt verstaan het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten. Consignatie wordt slechts opgedragen boven de voor de ambtenaar krachtens artikel 12 van het Besluit algemene rechtspositie politie vastgestelde diensttijden.

2. Consignatie kan niet worden opgedragen boven een door het bevoegd gezag of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar, met dien verstande dat dit maximum niet geldt voor de ambtenaar die het overleg met de Regionale Commissie, de Commissie Korps landelijke politiediensten, de Commissie bijzondere ambtenaren van politie, de Commissie LSOP of de Commissie ITO, bedoeld in de artikelen 12, 21, 22, 22a onderscheidenlijk 22b van het Besluit overleg en medezeggenschap politie, pleegt.

3. Voor consignatie gedurende een tijdvak van korter dan een half uur boven de voor de ambtenaar vastgestelde dagelijkse diensttijd wordt geen toelage toegekend.

4. De toelage voor consignatie bedraagt € 1,00 voor elk uur dat de ambtenaar consignatie is opgelegd.

5. De in het vierde lid genoemde toelage wordt zo spoedig mogelijk uitbetaald, doch uiterlijk bij gelegenheid van de tweede salarisbetaling volgende op de periode van vier weken waarin consignatie is verricht.

6. Van de in het vijfde lid gestelde termijn kan worden afgeweken indien het dienstbelang dat vereist of, indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, op verzoek van de ambtenaar. Voor de hier bedoelde gevallen wordt een nieuwe uiterste termijn vastgesteld.

7. Indien een ambtenaar aan wie consignatie is opgelegd, binnen het tijdvak van consignatie werkzaamheden moet verrichten, is voor de duur van die werkzaamheden sprake van het verrichten van arbeid.

8. Voor de toepassing van dit artikel worden gedeelten van uren, voorzover daarmee het half uur, bedoeld in het derde lid, wordt overschreden, berekend over een periode van vier weken, opgeteld en naar boven afgerond op halve uren.

9. De toelage voor consignatie wordt in geval van ziekte van de ambtenaar gesteld op het bedrag dat de ambtenaar in de drie perioden van vier weken, onmiddellijk voorafgaande aan de periode van vier weken waarin de ziekte is aangevangen, gemiddeld aan toelage op grond van dit artikel heeft genoten.

10. Voor de toepassing van dit artikel berust het oordeel omtrent het dienstbelang bij het bevoegd gezag dan wel bij de door deze aangewezen ambtenaar.

Artikel 19
Aan de ambtenaar kan een toelage worden toegekend om reden van werving of behoud tot een maximum van € 45 400,- per kalenderjaar.

Artikel 20 Aan de ambtenaar kan als tegemoetkoming in de representatiekosten een toelage worden toegekend tot een maximum van 5% van het salaris.

Artikel 21
1. In uitzonderlijke gevallen kan aan de ambtenaar of aan een groep van ambtenaren een toelage worden toegekend op andere gronden dan die vermeld in de artikelen 16 tot en met 20.

2. Een in het eerste lid bedoelde toelage kan aan de ambtenaar worden toegekend nadat Onze Minister ter zake nadere regels heeft vastgesteld.

Artikel 22
Een krachtens artikel 16, 19 of 21 toegekende toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage wordt toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Gratis eerste advies aanvragen
Online second opinion
Direct inschrijven voor een cursus