Aanstelling

Binnen de Nederlandse overheid zijn diverse ambtenaren werkzaam. De diverse ambtenaren kunnen worden onderverdeeld in de sectoren waar zij werkzaam zijn. De Nederlandse overheid is grofweg onderverdeeld in een achttal sectoren. Elke sector heeft een aparte rechtspositie. De rechtspositie van een ambtenaar is derhalve afhankelijk van de sector waarin hij of zij werkzaam is. Er bestaan dus diverse ambtenaren met verschillende rechtspositieregelingen. Voor u is op het gebied van de aanstelling onderstaande rechtspostie van toepassing.

Hoofdstuk II. Aanstelling Artikel 2

1. De aanstelling geschiedt in tijdelijke of in vaste dienst.

2. Een aanstelling in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde of voor onbepaalde tijd.

Artikel 2a

1. Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was, kan op zijn aanvraag en na consultatie van de ondernemingsraad in zeer bijzondere gevallen een aanstelling in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd plaatsvinden waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard.

2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.

3. Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.

4. De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste drie jaar.

5. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.

Artikel 2b

1. Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de artikelen 25, 42, eerste lid, en 52 van de Politiewet 1993 bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.

3. Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.

4. De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.

5. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.

Artikel 3

1. De aanstelling van de aspirant geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur van de initiële opleiding met een maximum van twee jaar. In bijzondere gevallen kan de maximale duur van de aanstelling in tijdelijke dienst op aanvraag van de aspirant of ambtshalve worden verlengd met een periode van maximaal één jaar.

2. Indien de aspirant voldoet aan de gestelde kwalificatie-eisen, wordt hij aansluitend aan de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd van één jaar, op aanvraag van de aspirant in bijzondere gevallen te verlengen of zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht.

3. Na afloop van de proeftijd, bedoeld in het tweede lid, vindt aanstelling in vaste dienst plaats, tenzij tegen een aanstelling in vaste dienst bedenkingen bestaan.

4. In afwijking van het derde lid kan een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die de initiële opleiding alsmede de daarop volgende proeftijd heeft voltooid, in tijdelijke dienst plaatsvinden:

a. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar,

b. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter, of

c. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4a.

5. Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.

6. In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand in politiedienst, waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd.

7. Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het zesde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar.

Artikel 3a

Na het voltooien van de initiële opleiding wordt de aspirant aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.

Artikel 4

1. Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie kan in tijdelijke dienst plaatsvinden

a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;

b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar;

c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;

d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politie-organisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen, of f. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4a.

2. Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.

3. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en e, wordt in ieder geval aangenomen dat de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst zich niet meer voordoet, wanneer de ambtenaar sinds twee jaar zonder onderbreking van langer dan één maand in politiedienst, waarvan laatstelijk gedurende ten minste één jaar in zijn huidige betrekking, in dienst is. Dit geldt echter niet in die gevallen waarin vaststaat dat zijn werkzaamheden in de door hem vervulde betrekking binnen het jaar zullen worden beëindigd.

4. Bij ministeriële regeling worden criteria gegeven op grond waarvan de in het derde lid genoemde periode van twee jaar kan worden verlengd tot vijf jaar.

Artikel 4a

1. De ambtenaar die in vaste dienst is aangesteld, kan, met zijn instemming, door een ander bevoegd gezag in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden aangesteld. Aansluitend aan deze aanstelling in tijdelijke dienst wordt de ambtenaar hernieuwd in vaste dienst aangesteld door het bevoegde gezag binnen wiens gezagsbereik hij was aangesteld onmiddellijk voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. De artikelen 7, 8 en 8a, tweede lid, zijn niet van toepassing op de hernieuwde aanstelling in vaste dienst.

2. Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid vindt niet eerder plaats dan nadat de ambtenaar en de beide betrokken bevoegde gezagsinstanties gezamenlijk schriftelijke afspraken hebben gemaakt over die aanstelling en over de hernieuwde aanstelling in vaste dienst.

3. De in het tweede lid bedoelde afspraken betreffen in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst, de aard van de werkzaamheden, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst kan worden verkort of verlengd en de voorwaarden waaronder de hernieuwde aanstelling in vaste dienst plaatsvindt. In het kader van een persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken gemaakt over leerdoelen, de verwezenlijking van die leerdoelen en de begeleiding daarbij van de ambtenaar.

4. Een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste zes jaar en kan met instemming van de ambtenaar eenmalig worden verlengd met ten hoogste twee jaar.

5. Ten minste drie maanden voordat de aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, eindigt, treden de ambtenaar en beide betrokken bevoegde gezagsinstanties met elkaar in overleg om de gemaakte afspraken over de hernieuwde aanstelling in vaste dienst te concretiseren.

6. Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst als bedoeld in het eerste lid, wordt het dienstverband geacht niet te zijn onderbroken.

7. Een hernieuwde aanstelling in vaste dienst als bedoeld in het eerste lid, blijft uitsluitend achterwege indien:

a. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid, onderdeel j,

b. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van de artikelen 87, 87a, 88, 88a of 88b, of

c. de ambtenaar uit de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel e, vanwege volledige arbeidsongeschiktheid.

8. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie heeft het bevoegde gezag dat de ambtenaar hernieuwd in vaste dienst aanstelt een inspanningsverplichting om de ambtenaar een passende functie aan te bieden waaraan de hogere salarisschaal is verbonden die voor hem gold tijdens de aanstelling in tijdelijke dienst. De duur van die verplichting is gelijk aan de tijd dat de hogere salarisschaal voor de ambtenaar heeft gegolden tijdens de aanstelling in tijdelijke dienst.

Artikel 5

De bijzondere ambtenaar van politie wordt in vaste dienst aangesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2001]

Artikel 7

1. Voor de aanstelling als aspirant, ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en bijzondere ambtenaar van politie komt uitsluitend in aanmerking degene die:

a. Nederlander is;

b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt;

c. voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau, de psychologische keuring en een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen;

d. voldoet aan overige bij regeling van Onze Minister te stellen eisen.

2. Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen.

3. Onze Minister van Justitie kan ten aanzien van de aanstelling als bijzondere ambtenaar van politie nadere regels vaststellen over het aantal dienstjaren dat deze ambtenaar werkzaam moet zijn geweest als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.

4. De betrokkene, die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie.

Artikel 8

1. Voor de aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:

a. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;

b. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een psychologische keuring, indien daaraan naar het oordeel van het bevoegd gezag behoefte bestaat;

c. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Het bevoegd gezag stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid noodzakelijk is;

d. voldoet aan overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het politiekorps dan wel binnen het LSOP of ITO.

2. Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen.

3. De betrokkene die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie.

Artikel 8a

1. Aanstelling als ambtenaar is slechts mogelijk, indien op grond van een ten aanzien van de betrokkene ingesteld onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid geen bezwaar blijkt te bestaan tegen diens aanstelling.

2. Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vraagt het bevoegde gezag om verstrekking van justitiële gegevens als bedoeld in artikel 23 van het Besluit justitiële gegevens en om verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 14 van het Besluit politieregisters.

3. Het tweede lid is niet van toepassing indien: a het een aanstelling betreft in een functie waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd, in een functie bij het LSOP of ITO als bedoeld in artikel 8, eerste lid, of als vakantiewerker en het bevoegde gezag heeft bepaald dat voor de functie slechts een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële gegevens is vereist, of b het een functie betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken.

4. Een onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid wordt ingesteld nadat het bevoegde gezag de betrokkene overigens bekwaam en geschikt acht.

Artikel 8b

1. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aard van de functie of van de werkzaamheden hiertoe aanleiding geeft, kan ten aanzien van de ambtenaar in de volgende gevallen opnieuw een onderzoek als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, worden uitgevoerd:

a. bij wijziging van werkzaamheden;

b. bij aanstelling in een andere functie;

c. bij de vervulling van een functie gedurende ten minste vijf dienstjaren, of

d. bij een redelijk vermoeden van ernstig plichtsverzuim dat de integriteit of de verantwoordelijkheid van de betrokkene raakt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het een functie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken, of een functie waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat slechts een verklaring omtrent het gedrag is vereist, betreft.

Artikel 8c

Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van het in de artikelen 8a en 8b bedoelde onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid voor zover ten behoeve van dat onderzoek wordt gevraagd om verstrekking van justitiële gegevens als bedoeld in artikel 23 van het Besluit justitiële gegevens en om verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 14 van het Besluit politieregisters. Deze nadere regels bevatten in ieder geval waarborgen omtrent een voldoende bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.

Artikel 9

1. Voor de aanvaarding van zijn ambt legt de adspirant die aanvangt met het praktische opleidingsdeel, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of de bijzondere ambtenaar van politie de volgende eed dan wel verklaring en belofte van zuivering af: ‘Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk of onmiddellijk, onder welke vorm of voorwendsel ook, tot het verkrijgen mijner aanstelling aan niemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, of zal geven of beloven. Ik zweer (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik!)’ Daarna wordt door de ambtenaar de volgende eed of belofte afgelegd: ‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten des Rijks. Ik zweer (beloof) dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de mij verstrekte opdrachten zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben, en dat ik mij als een nauwgezet en ijverig politieambtenaar zal gedragen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik)!’

2. Voor de aanvaarding van zijn ambt, legt de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie de volgende eed dan wel verklaring en belofte van zuivering af: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik middellijk of onmiddellijk onder welke vorm of voorwendsel ook, tot het verkrijgen mijner aanstelling aan niemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, of zal geven of beloven. Ik zweer (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in mijn betrekking te doen of na te laten, van niemand hoegenaamd, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik!)’ Daarna wordt door de ambtenaar de volgende eed of belofte afgelegd: ‘ Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten des Rijks. ‘ Ik zweer (beloof) dat ik de mij verstrekte opdrachten zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben en dat ik mij als een nauwgezet en ijverig politieambtenaar zal gedragen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik!’)

3. De korpschef van een regionaal korps of van het Korps landelijke politiediensten, legt de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van de commissaris van de Koning respectievelijk van Onze Minister.

4. De ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, leggen de eden dan wel de verklaringen en beloften af ten overstaan van de voorzitter van de raad van toezicht van het LSOP.

5. De overige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de overige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van het bevoegd gezag.

6. De bijzondere ambtenaren van politie leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister van Justitie.

Artikel 10

1. Aan de ambtenaar wordt, zo mogelijk voor de aanvaarding van zijn ambt, maar in ieder geval binnen een maand na aanvang van zijn werkzaamheden, een akte van aanstelling door of vanwege het bevoegd gezag uitgereikt waarin in elk geval worden vermeld: a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar; b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd, waarbij, indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, bovendien in de akte wordt vermeld of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd en, zo ja, voor hoe lang – of voor onbepaalde tijd en de toepasselijke grond voor aanstelling in tijdelijke dienst. c. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld; d. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied; e. de datum van ingang van de aanstelling; f. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld; g. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een adspirant betreft, het salaris; h. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en i. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd. j. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak; k. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld.

2. Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen als plaats van tewerkstelling zijn aangewezen, wordt in de akte van aanstelling tevens een hoofdplaats van tewerkstelling vermeld.

3. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan volgens door Onze Minister gestelde criteria het deelnemerschap in het specifiek deel van het AFUP-opbouwreglement is verbonden, wordt dit in de akte van aanstelling vermeld.

4. Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn. 5. Indien de aanstelling afloopt voor het einde van de termijn van een maand vanaf het begin van het dienstverband, moeten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk bij het aflopen van de aanstelling worden verstrekt. 6. Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen.

Artikel 11

1. De ambtenaar wordt bij zijn aanstelling schriftelijk door het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de hoofdlijnen van zijn rechtspositie.

2. Regelingen waarin zijn rechtspositie is neergelegd, worden op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken.

3. De schriftelijk vastgestelde en voor hem geldende regelingen en instructies, die hij bij de vervulling van zijn dienst heeft na te leven, worden eveneens op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken.

4. Over wijzigingen in regelingen betreffende zijn rechtspositie wordt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte gesteld.