Beoordeling

Artikel 131. Functioneringsgesprek

1. Aan de wijze van functievervulling van de militair in werkelijke dienst en aan zijn gedrag in relatie tot zijn functie wordt ten minste een keer per jaar aandacht besteed door middel van het houden van een functioneringsgesprek. Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende werkzaamheden andere opgedragen werkzaamheden of diensten heeft verricht, wordt tevens aan de wijze waarop hij die werkzaamheden of diensten heeft verricht en aan zijn gedrag in relatie tot die werkzaamheden of diensten aandacht besteed.

2. Aan het functioneringsgesprek wordt deelgenomen door de militair en diens functionele chef.

3. Op verzoek van een van de deelnemers aan het functioneringsgesprek en met instemming van beide deelnemers kunnen een of meer andere personen aan het gesprek deelnemen.

4. Het functioneringsgesprek is ten minste gericht op de navolgende onderdelen:

a. het functioneren van de militair in de omgeving waarin hij zijn functie vervult, alsmede de functionele relatie tussen de militair en de functionele chef met betrekking tot de functie-uitoefening van de militair over de achterliggende periode. Hierbij komen in elk geval de volgende aspecten aan de orde: – de verhouding tussen de getoonde kennis en de vaardigheden, en de gestelde functie-eisen; – de vorderingen en de gedragingen; – de toetsing of en in hoeverre is voldaan aan eerder gemaakte afspraken;

b. afspraken en aandachtspunten met betrekking tot de toekomstige functievervulling;

c. de persoonlijke ontwikkeling in relatie tot de mogelijke loopbaanwensen van de militair en de algemene loopbaanpatronen; d. indien de militair de leeftijd van 50 jaar heeft bereikt: de relatie tussen leeftijd en belastbaarheid en functievervulling.

5.

a. De functionele chef legt een samenvatting van de inhoud van het gesprek alsmede de gemaakte afspraken en besproken aandachtspunten in het functioneringsgesprekformulier vast. Het formulier wordt voor een correcte weergave daarvan door de functionele chef en de militair ondertekend. De functionele chef verstrekt de militair een afschrift van het functioneringsgesprekformulier.

b. De afspraken en aandachtspunten worden opgelegd in het personeelsdossier van de betrokkene.

6. Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het houden van functioneringsgesprekken alsmede het functioneringsgesprekformulier, waarin ten minste de in het vierde lid genoemde onderdelen zijn opgenomen.

Artikel 131a. Beoordeling
1. Indien de commandant of de militair in werkelijke dienst dit wenselijk vindt, wordt een beoordeling opgemaakt. De militair dient daartoe een aanvraag in bij de commandant.

2. De bevelhebber kan opdracht geven tot het opmaken van een beoordeling.

3. De militair wordt beoordeeld omtrent de wijze waarop hij zijn functie heeft vervuld en omtrent zijn gedrag in relatie tot die functie, gedurende het beoordelingstijdvak. Indien een militair naast de uit zijn functie voortvloeiende werkzaamheden andere opgedragen werkzaamheden of diensten heeft verricht, wordt hij tevens omtrent de wijze waarop hij die werkzaamheden of diensten heeft verricht en omtrent zijn gedrag in relatie tot die werkzaamheden of diensten beoordeeld. De beoordeling is gebaseerd op concrete handelingen, resultaten en gedragingen van de te beoordelen militair.

4. Bij het opmaken van een beoordeling kan een toekomstverwachting worden opgemaakt.

5. Het beoordelingstijdvak omvat een periode van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaren. Per kalenderjaar kan maximaal één beoordeling worden opgemaakt.

6. De beoordeling wordt opgemaakt door een eerste en in beginsel een tweede beoordelaar. Als eerste beoordelaar treedt op de functionele chef van de militair. De tweede beoordelaar is de commandant van de militair dan wel een door de commandant aangewezen functionaris. In het geval de commandant is opgetreden als eerste beoordelaar, treedt in beginsel als tweede beoordelaar op de functionele chef van de commandant.

7. Gelet op de vereiste deskundigheid kan bij het uitbrengen van een beoordeling een personeelsbeoordelingsadviseur aan de beoordelaar worden toegevoegd.

8. Na het opmaken van de beoordeling van de militair:

a. wordt met de militair zijn beoordeling besproken;

b. krijgt de militair een afschrift van zijn beoordeling uitgereikt;

c. krijgt hij de gelegenheid zijn bedenkingen tegen de omtrent hem opgemaakte beoordeling binnen 2 weken schriftelijk bij de tweede beoordelaar kenbaar te maken, tenzij er geen tweede beoordelaar is; indien er geen tweede beoordelaar is, worden de bedenkingen kenbaar gemaakt bij de eerste beoordelaar.

9. Nadat de beoordeling door de tweede beoordelaar is vastgesteld, wordt aan de militair een afschrift verstrekt. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing indien er sprake is van één beoordelaar.

10. Onze Minister stelt beleidsregels ten aanzien van het opmaken en vaststellen van beoordelingen alsmede het beoordelingsformulier volgens welke de militair wordt beoordeeld.