Plichtsverzuim

Een ambtenaar kan wegens plichtsverzuim disciplinair worden gestraft. Van plichtsverzuim is sprake als een ambtenaar zich bij herhaling niet heeft gedragen zoals het een goed ambtenaar onder de gegeven omstandigheden betaamt. De definitie luidt in de meeste rechtspositieregelingen: het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Dan bestaat de bevoegdheid voor de werkgever de ambtenaar een disciplinaire straf op te leggen. Het ARAR (artikel 81) en de CAR\UWO (artikelen 16:1:2 en 8:13) geven een min of meer vergelijkbare limitatieve opsomming van straffen; het staat het bevoegd gezag niet vrij om een andere straf op te leggen dan in deze opsomming voorkomt. De opsomming is limitatief. De lichtste straf is de schriftelijke berisping of waarschuwing. Het bevoegd gezag heeft wel de mogelijkheid om een combinatie van de limitatief opgenoemde straffen op te leggen. Daarvoor geldt uiteraard wel, dat deze combinatie van straffen in verhouding (evenredig) moet zijn aan het geconstateerde plichtsverzuim.