PTSS

Post traumatisch stress syndroom (PTSS)

Steeds meer komt er in verschillende risicoberoepen naar voren dat ambtenaren aan PTSS lijden. Al enige tijd is er ophef over de vraag of deze ziekte als beroepsziekte in juridische zin kan worden aangemerkt. Er zijn een aantal beroepsgroepen die een groter risico lopen op een beroepsgebonden PTSS, daarbij kan met name gedacht worden aan de politie, brandweer, ambulancepersoneel en militairen.

Essentieel voor een diagnose PTSS is dat de persoon een gebeurtenis heeft meegemaakt die als traumatisch kan worden omschreven. De definitie van een traumatische gebeurtenis of ervaring luidt “een gebeurtenis die een dreigende dood of ernstige verwonding met zich mee brengt, of die een bedreiging vormt voor de lichamelijke integriteit van de persoon” (bv. verkrachting). De gebeurtenis kan direct zijn (de gebeurtenis is een bedreiging van de eigen persoon of een directe naaste) of indirect (getuige zijn van een ernstig ongeval).’ Voor het vaststellen of PTSS al dan niet werkgerelateerd is moeten de symptomen van de PTSS langer dan vier weken bestaan en in causaal verband gerelateerd zijn aan één of meer traumatische ervaringen.

Beroepsziekte

Ingevolge artikel 1, eerste lid, aanhef en onder y, van het besluit algemene rechtspositie politie (Barp) wordt onder beroepsziekte verstaan: een ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en die niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. In de praktijk bleek dat het oorzakelijke incident bijzonder extreem moest zijn geweest, wilde de PTSS als beroepsziekte worden gekwalificeerd. Vaak werden incidenten als ‘risico’s van het vak’ bestempeld en niet als een oorzaak waardoor men PTSS kon oplopen. Sinds het voorjaar 2012 is door Minister (van Veiligheid en Justitie) Opstelten echter bepaald dat zodra er werkgerelateerde PTSS in medische zin is vastgesteld dit ook moet worden erkend als werkgerelateerde PTSS in juridische zin. De korpsbeheerders worden in de toekomst geacht zich met betrekking tot PTSS bij de ambtenaar te houden aan de registratierichtlijn van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

Voorts is door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bepaald dat (wanneer het om psychische klachten gaat) er sprake moet zijn van factoren die in verhouding tot het werk of de werkomstandigheden objectief bezien een buitensporig karakter dragen. Voor de ambtenaar geldt tevens dat hij voldoende feiten moet aandragen ter onderbouwing van zijn stelling dat van dergelijke omstandigheden sprake was. Dit bevestigt de Raad onder andere in haar recente uitspraken van 11 oktober 2012, LJN BX9964 en 29 november 2012, LJN BY4591. Zodra er sprake is van een beroepsziekte in juridische zin bij (de ambtenaar) heeft de ambtenaar recht op smartengeld.

Plichtsverzuim en PTSS

Indien er PTSS is geconstateerd, kan dit gevolgen hebben voor de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim. Nu er PTSS is geconstateerd kan er worden gedacht aan ontoerekenbaarheid van het door de ambtenaar gepleegde plichtsverzuim. In een aantal uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Rechtbank kwam deze kwestie aan de orde.

Zo bepaalde de Centrale Raad van Beroep in haar uitspraak van 22 september 2011, LJN BT7219, dat appellant voor een gedeelte van het plichtsverzuim ontoerekenbaar is wegens te achten gevolgen van PTSS. De Raad beschikt over een psychiatrisch rapport waarin wordt geconcludeerd dat de klachten van appellant passen bij een PTSS. Voor het overige plichtsverzuim acht de Raad appellant wel toerekenbaar en blijft de disciplinaire straf die is opgelegd in stand.

Toerekenbaarheid

De Rechtbank Leeuwarden bepaalde in zijn uitspraak van 5 augustus 2011, LJN BR4283, dat er weliswaar sprake was van (partiële) PTSS bij de betrokken ambtenaar, maar dat het door hem gepleegde plichtsverzuim wel aan hem kon worden toegerekend. In casu had eiser zich schuldig gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim. Uit onderzoek van de PDC Politiepoli bleek dat er sprake is van partiële PTSS en dat hij een paniekstoornis met agorafobie had. Echter, zo stelde de Rechtbank, dit heft eisers verantwoordelijkheid voor zijn gedrag niet op. Tevens kon eiser zijn stelling onvoldoende onderbouwen (onder meer zonder medische stukken).

De voorzieningenrechter van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch bepaalde in zijn uitspraak van 23 februari 2012, LJN BV6772 – ten aanzien van verzoeker die bevoegdheden heeft toegepast als hulpofficier van justitie zonder daartoe bevoegd te zijn – dat verzoeker een eigen verantwoordelijkheid had en wellicht wel verminderd toerekenbaar was, maar dit de disciplinaire straf rechtvaardigde. De voorzieningenrechter achtte verzoeker verantwoordelijk daar hij jarenlang wist dat hij bevoegdheden uitoefende zonder daar daadwerkelijk bevoegd voor te zijn. In casu kwamen er twee rapportages naar voren die aangeven dat er sprake was van een verminderde tot sterk verminderde toerekenbaarheid, omdat sprake was van gedragsveranderingen die duidelijk na een niet adequaat behandelde gestapelde PTSD en daaraan gerelateerde stoornissen waren ontstaan. De voorzieningenrechter overwoog echter dat ook wanneer er met behulp van een psycholoog de toerekenbaarheid wordt onderzocht dit de rechter niet ontslaat van een zelfstandige oordeelsvorming, zoals bepaald door de CRvB in o.a. haar uitspraak van 19 januari 2006, LJN AV0497 (r.o.v. 4.3).

In de praktijk lijkt het er op dat PTSS als beroepsziekte meer wordt geaccepteerd, echter van volledige acceptatie is nog geen sprake. Dit komt voornamelijk door de het zware gehalte van het buitensporige karakter die de omstandigheden objectief bezien moeten dragen.

Acceptatie van PTSS als beroepsziekte betekent nog niet dat indien een ambtenaar plichtsverzuim pleegt wegens PTSS, hij vervolgens sowieso verminderd (on)toerekenbaar wordt geacht. Het blijkt dat zelfs indien men kan aantonen door middel van psychiatrische rapporten dat er sprake is van verminderde toerekenbaarheid de rechter een zelfstandig oordeel vormt dat nadelig kan uitpakken voor de ambtenaar.