Porno

Porno en het ambtenarenrecht

Tegenwoordig is het gebruik van internet en e-mail niet meer weg te denken op de werkvloer. Incidenteel privé internet in de baas zijn tijd kan door de bank genomen geen kwaad. Helaas blijft het in de praktijk daar niet altijd bij. De laatste tien jaar heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) steeds vaker uitspraken gedaan over disciplinaire bestraffing van verkeerd gebruik van internet. Hierbij kan gedacht worden aan het op het werk bekijken, downloaden of doorsturen van (kinder-)pornografische materiaal.

Onoorbaar gebruik van internet wordt door de CRvB al gauw als niet toelaatbaar geacht in elke werkomgeving, ook al is dit niet vastgelegd in een gedragscode (CRvB 29 april 2009, LJN: BI14403). Het ontbreken van duidelijke richtlijnen in de organisatie wat wel en niet mag inzake internet gebruik, baat de ambtenaar dus niet. Dergelijk gedrag moet worden gekwalificeerd als het doen van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten. Het tast de integriteit en geloofwaardigheid van organisatie in ernstige mate aan (CRvB d.d. 22 maart 2002, LJN: BJ7112). Er is sprake van normoverschrijdend gedrag dat geenszins past binnen een publiekrechtelijke instantie. Dientengevolge wordt afbreuk gedaan aan het aanzien van de gemeente als fatsoenlijke en integere overheidsinstantie (CRvB d.d. 27 januari 2005, LJN: AS4759).

Plichtsverzuim en toerekenbaarheid

ls het plichtsverzuim vaststaat, dient vervolgens de vraag te worden beantwoord of het plichtsverzuim de ambtenaar kan worden toegerekend. In het merendeel van de gevallen is dat het geval. Slechts dán wordt het gedrag als niet toerekenbaar geacht, indien de ambtenaar aan een psychisch defect lijdt waardoor hij (volledig) buiten staat was zijn wil te bepalen (zie CRvB d.d. 22 september 2008, LJN: BF7446). In het geval dat de ambtenaar verminderd toerekenbaar moet worden geacht, dan nog kan het bevoegd gezag de zwaarste disciplinaire straf (van ontslag) opleggen (CRvB d.d. 11 maart 2010, LJN: BL8554).

Dergelijk gedrag kan aanleiding vormen tot het opleggen van de zwaarste straf. In het algemeen wordt door het CRvB strafontslag niet als onevenredig beschouwd. De CRvB acht de ernst van de verweten gedragingen zodanig ernstig dat de opgelegde straf van ontslag daaraan niet onevenredig is te achten (CRvB d.d. 30 maart 2006, LJN: AW1976; CRvB d.d. 6 juli 2006, LJN: AY2111; CRvB d.d. 12 februari 2008, LJN: BC5618). Daarbij kan van betekenis zijn dat de betrokken ambtenaar een gewaarschuwd man was (CRvB d.d. 10 december 2009, LJN: BK7345)

Speelde in eerdere uitspraken de frequentie van het laakbare gedrag nog een rol (CRvB 14 februari 2008, LJN: BC5618), in recentere uitspraken is het een paar keer “doen” al voldoende om de laan uit te vliegen. Het gebruik van het internet betreft bovendien het bezoeken van pornosites; weliswaar staat niet vast wat de precieze omvang daarvan is geweest, maar de Raad acht dit niet van overwegende betekenis (CRvB d.d. 6 juli 2006, LJN: AY2111).

Ook een leraar, die slechts een paar keer in zijn vrije tijd en privé, zonder leerlingen of anderen daarbij te betrekken, naar pornosites heeft gekeken en enkele afbeeldingen heeft geprint, kan zonder meer vertrekken (CRvB d.d. 16 september 2010, LJN: BN9384). Door zijn handelen, aldus de Raad, heeft betrokkene, zoals de onderwijsstichting terecht heeft aangevoerd, het aanzien van de school als veilige en betrouwbare onderwijsinstelling in ernstige mate aangetast. De Raad is dan ook van oordeel dat de stichting op goede gronden het begane plichtsverzuim als zodanig ernstig heeft beschouwd dat onvoorwaardelijk ontslag als reactie hierop niet onevenredig is.

Al heerst er een cultuur van onjuist gebruik van de computer binnen een organisatie, dan verhindert dit de werkgever niet om disciplinair op te treden, indien hij maar niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het ontstaan van deze cultuur (CRvB 22 oktober 2009, LJN: BK1259).

Richtlijnen internet gebruik

Geen duidelijke richtlijnen/protocollen over wat privé wel en niet mag, een goede staat van dienst, de zeer ingrijpende gevolgen die een strafontslag met zich meebrengt, baten de ambtenaar, die zich in de tijd van de baas verlustigd aan porno, niet. Met andere woorden: dergelijke verweren treffen geen doel. Ook het verweer dat de gedragingen in een bepaalde context hebben plaatsgevonden, te weten een cultuur waarin handtastelijkheden en seksueel getinte opmerkingen gebruikelijk zijn, zal de betrokken ambtenaar niet baten. De Centrale Raad van Beroep is onverbiddelijk waar het porno op de werkplek betreft. Met ambtenaren die de computer en internet verbinding van de baas gebruiken om porno te bekijken, heeft de Centrale Raad van Beroep weinig compassie.